Toespraak bij mijn doctoraal examen, 29 mei 1997





Dames en heren, ik dank dr. Von der Thüsen voor zijn vriendelijke, lovende woorden. Daarnaast wil ik hem bedanken voor de zorgvuldigheid en het stijlgevoel waarmee hij de afronding van mijn scriptie begeleid heeft. En ik ben de heer Von der Thüsen en mevrouw Andringa dankbaar voor de gunstige beoordeling ervan. Verder wil ik mijn familie bedanken, die me gesteund heeft in voor- en tegenspoed.

Maar in het bijzonder wil ik ook iemand bedanken, die hier niet aanwezig is. We mogen hem wel verontschuldigen, want ik bedoel Will van Peer, die nu al sinds negen maanden hoogleraar is in München. Ik dank hem niet alleen voor het enthousiasme waarmee hij mijn scriptie begeleid heeft, maar vooral ook voor het goede voorbeeld dat hij gegeven heeft, door zijn brede belangstelling en zijn bereidheid om altijd een open discussie aan te gaan.

Nu zou ik graag in het kort iets vertellen over mijn scriptie-onderzoek. Om het kort te houden zal ik proberen me te beperken tot het uitleggen van de titel. Die titel luidt "Concrete metaforen" en hij heeft een dubbele betekenis.

In de eerste plaats bedoel ik dat een metafoor een tastbare, concrete beeldspraak vormt. Maar ze heeft ook iets tegenstrijdigs: een metaforische uitdrukking geeft een concrete voorstelling weer, maar daar kun je altijd ook iets anders achter zoeken, een abstracte betekenis, dat wil zeggen: iets wat je niet uit ervaring kent, maar wat je met je verstand beredeneert. Soms is dat niet meer dan een vaag vermoeden dat er iets anders bedoeld wordt dan wat er gezegd wordt, en soms is het een duidelijk benoembare overdrachtelijke betekenis. In het eerste geval noemen we de metafoor origineel, in het tweede geval noemen we haar conventioneel.

Een conventionele metafoor is bijvoorbeeld de uitspraak Onze computer heeft een groot geheugen, of, iets origineler: Onze computer is besmet met een virus. Ook al beseffen we dat zulke uitspraken niet letterlijk waar zijn, toch weten we precies wat er eigenlijk bedoeld wordt. Een nog iets origineler voorbeeld is Ons computersysteem heeft last van een ochtendhumeur. Dat kan een paar dingen betekenen, bijvoorbeeld dat het systeem 's ochtends langzaam werkt of dat het veel foutmeldingen geeft. Echt origineel is een uitspraak zoals, laten we zeggen, Een computer lijkt op een baby. Dat is namelijk een nieuwe uitdrukking, die wel een enkel concreet beeld uitdrukt, maar waar verschillende overdrachtelijke betekenissen uit afgeleid kunnen worden (die waarschijnlijk allemaal een vergezochte indruk zouden maken, maar dat terzijde).

Natuurlijk zijn deze voorbeelden niet toevallig gekozen: volgens de conceptuele benadering die ik gevolgd heb, vormen ze alle vier een deel van een enkele metafoor, namelijk het denkbeeld dat een computer als het ware een mens is. Zulke 'conceptuele metaforen' zorgen voor samenhang in het gedachtengoed van onze cultuur.

Nu zijn de geleerden het erover eens dat de origineelste metaforen vooral voorkomen in literatuur, en met name in gedichten. Die zijn dan ook bijzonder geschikt om ongewone gedachten te uiten. Maar het was nog nooit onderzocht hoe op dit punt precies de verhouding liggen tussen gedichten, verhalen en andere, niet-literaire teksten.

Daarmee komen we aan bij de tweede betekenis van "Concrete metaforen": om die verschillen te meten, ben ik gewoon gaan kijken hoeveel en wat voor metaforen er voorkwamen in verschillende soorten teksten. Het ging om gedichten, verhalen, nieuwsberichten uit de krant en wetenschappelijke artikelen; en van deze tekstsoorten heb ik willekeurig gekozen voorbeelden gelezen.

Zo'n manier van werken lijkt misschien voor de hand te liggen, maar dit is helaas niet de gewoonte in de metafoortheorie. Zelfs in het streng-wetenschappelijke onderzoek naar het begrijpen van metaforen worden vooral beroemde dichtregels aangehaald, of juist zelfbedachte, vaak gekunstelde formuleringen. Ik hoop dat ik er met dit onderzoek aan heb bijgedragen dat men een realistischer, levensecht beeld zal krijgen van metaforische uitdrukkingen.

Tot slot nog een opmerking over de onderzoeksmethode. Ik vind het terecht dat ik een 9,5 heb gekregen voor de scriptie, want ze is niet volmaakt. Een belangrijke tekortkoming is dat ik de teksten zelf beoordeeld heb. Het was niet haalbaar om de originaliteit van de metaforen door anderen te laten beoordelen - wat een betrouwbaarder, objectiever resultaat zou hebben opgeleverd.

Maar ik heb, op het gebied van de algemene metafoortheorie, wel voortgebouwd op bestaand lezersonderzoek en andere soorten psychologische experimenten. En ik wil deze gelegenheid aangrijpen om ervoor te pleiten dat tekstanalyse en experimenteel onderzoek niet beschouwd worden als tegenstellingen, maar als varianten die elkaar aanvullen. De verhouding tussen de twee is weliswaar ongelijk, maar niet per se onevenwichtig: wie teksten onderzoekt heeft meestal meer te vertellen, maar wie lezers onderzoekt heeft meestal sterkere argumenten voor het weinige dat hij beweert.

Dat wilde ik graag even kwijt. Bedankt voor uw aandacht - en als u dit een geslaagd praatje vond, dan is dat mede te danken aan de opleiding ALW, waarin veel ruimte is voor het houden van presentaties en andere vormen van zelfwerkzaamheid door de studenten.





© Edwin den Boer 1998

Overzicht Metafooronderzoek   Welkomstpagina